Vocht dat filament heeft opgenomen, wordt in het hotend stoom. Meestal is dit eerder hoorbaar dan meetbaar: knetterend of sissend geluid, een ruw oppervlak, onregelmatige extrusie en onderdelen die sneller breken dan verwacht.

Welke materialen vocht opnemen

Nylon (PA), TPU en PETG nemen duidelijk sneller vocht op dan PLA. Als een spoel wekenlang open in een vochtige ruimte heeft gelegen, moet deze ongeacht het materiaal worden gedroogd.

Signalen dat filament gedroogd moet worden

  • Knetteren of knappen tijdens het printen
  • Zichtbare stoom of belletjes bij de nozzle
  • Ruw, mat oppervlak waar u een glad resultaat verwacht
  • Zwakke laaghechting of brosse onderdelen

Gebruikelijke droogbereiken

Als uitgangspunt gelden ongeveer 40–50 °C voor PLA, 60–70 °C voor PETG en 70–80 °C voor TPU en nylon, gedurende vier tot zes uur. Dit zijn algemene branchewaarden, geen specificatie. Volg altijd het gegevensblad van het gebruikte materiaal en controleer of uw droger de temperatuur nauwkeurig kan vasthouden.

Filament opslaan

Een gesloten bak met droogmiddel houdt filament tussen prints droog. Print materialen die snel vocht opnemen rechtstreeks vanuit een drybox.